Het curriculum als verhuisdoos

Op sommige scholen lijkt het curriculum op een verhuisdoos die al tot de rand gevuld is. Er kan niets meer bij, maar niemand durft iets eruit te halen. Je weet maar nooit of je het later nog nodig hebt.

Daarom is curriculumbewustzijn soms versmald tot één vraag: welke leerstof kunnen we schrappen? Begrijpelijk, maar daarmee zijn we er niet. Een curriculum gaat niet alleen over wat leerlingen leren. Het gaat ook over hoe we dat aanbieden, hoe we nagaan of het geleerd is en hoe we omgaan met verschillen tussen leerlingen.

Die vier zaken hangen nauw met elkaar samen. Neem je regie op het aanbod, dan moet je ook nadenken over de didactiek. Kies je andere doelen, dan vraagt dat misschien om een andere manier van evalueren. En als je de verschillen tussen leerlingen wilt opvangen met steeds ingewikkelder routes, kan de les zelf onuitvoerbaar worden. De onderdelen kunnen elkaar versterken, maar ze kunnen elkaar ook klemzetten.

Dat gebeurt bijvoorbeeld wanneer we het curriculum volstorten met microdoelen die niet wettelijk verplicht zijn. Of wanneer we ieder doel in een tijdrovend instructiemodel persen. We vergelijken leerlingen soms met elkaar zonder eerst scherp te maken wat ze precies moeten leren. En we maken lessen onnodig complex met differentiatiemodellen die in de praktijk meer administratie dan houvast opleveren.

De gevolgen blijven niet in de verhuisdoos zitten. Ze zijn merkbaar in de opbrengsten, in de leermotivatie van leerlingen en in de arbeidssatisfactie van leerkrachten. Als alles belangrijk is, wordt het lastig om ergens echt aandacht aan te geven. En als iedere les een logistieke operatie wordt, verdwijnt de ruimte om goed les te geven.

Curriculumbewustzijn vraagt dus om meer dan opruimen. Het vraagt om keuzes: wat willen we dat leerlingen leren, hoe helpen we ze daarbij, waaraan zien we vooruitgang en welke ondersteuning is passend? Dat is geen pleidooi om doelen te schrappen om het schrappen. Het is een uitnodiging om als school weer regie te nemen.

Dat ruimt lekker op. Dan kan de verhuisdoos eindelijk dicht. Al is het maar om te voorkomen dat er straks nóg een stapel microdoelen bij wordt gepropt.

Jos Cöp