Van kerndoel naar keurslijf

Ze zijn er alweer even, maar allemaal nog gefeliciteerd met de nieuwe kerndoelen. We hebben er lang op moeten wachten en of het de moeite waard was, zullen we gaan ervaren. Ik hoop en denk het wel. De kerndoelen zijn relatief eenvoudig en ongevaarlijk. Maar nu komt de cruciale fase, namelijk die van de leerlijnen. Laat dat nu precies de fase zijn waar het met de doelen van 2004 is misgegaan. Als we nu niet even heel goed gaan opletten, gebeurt het weer.


De kerndoelen zijn wettelijk verplichte doelen. Deels zijn het aanbodsdoelen, deels beheersingsdoelen en sinds deze versie hebben we ook ineens te maken met ervaringsdoelen. Niemand weet precies wat het zijn, want hoe stel je vast dat een leerling iets ervaren heeft? Gaan we de instructie verlengen omdat de ervaring niet intens genoeg was? Misschien hadden we het gewoon snuffeldoelen moeten noemen. Even eraan ruiken en door.

Goed, het eindpunt is bekend en de evaluatie vindt soms plaats door na te gaan of het in het aanbod van de school zit. En een andere keer door te meten of leerlingen het doel hebben bereikt. Na de verplichte einddoelen komen de niet-verplichte leerlijnen. Een leerlijn mag je gewoon zelf samenstellen, als je er maar voor zorgt dat deze leidt tot het bereiken van de beoogde einddoelen. Je zou ook kunnen zeggen dat de leerlijn bestaat uit de stappen die je gaat zetten.

In het onderwijs worden deze stappen gespreid over de leerjaren en zo ontstaat de leerstofopbouw. In principe ook niet verplicht, want ook hier mag je zelf je keuzes maken. Maar er is wel een enorm vervelende stok achter de deur en dat zijn de toetsen van het leerlingvolgsysteem. Die zetten scholen en makers van leermiddelen klem, want je zult het spellingonderdeel ‘open en gesloten lettergrepen’ maar eens wat later aanbieden. Dan zie je de viertjes en vijfjes verschijnen op het dashboard en de voorvorm van paniek is in aantocht. Het valt dus nogal tegen met die vermeende vrijheid in het onderwijs.

Nog even terug naar die leerlijnen, want waarom worden ze vrijwel altijd heel snel ingewikkeld? De meeste leerlijnen worden namelijk enorm lang, met ongelooflijk veel subdoelen. Het gevolg: overvolle lesroosters en vaak ook een fragmentarisch aanbod. Het horrorscenario van een methodemaker is dat niet alles in de methode zit, dus worden de vele subdoelen, vaak gekoppeld aan een tijdvretend en overschat instructiemodel, in de methode opgenomen. Om te beginnen als eerste aanbieding, maar daarna ook nog eens als herhaling. En dan wordt het vol. Heel vol. Te vol. Kijk je niet goed uit, dan wordt de methode een keurslijf.

Kan dat dan ook anders? Het korte en eerlijke antwoord is ja. Er zijn lineaire leerlijnen waarbij het wat lastiger is, omdat de doelen in relatie tot elkaar een trapje vormen. Denk bijvoorbeeld aan aanvankelijk lezen en het aanleren van de letters, of aan rekenen met de logische volgorde van onze wereldberoemde rekenmuurtjes. Hetzelfde geldt voor spellen, waarbij het kennen van de ene regel voorwaardelijk kan zijn voor de andere.

Maar heel veel andere leerlijnen zijn niet lineair, maar concentrisch. Bij lineaire leerlijnen bouwt het ene stapje noodzakelijk voort op het andere. Bij concentrische leerlijnen keer je steeds terug naar dezelfde brede competenties, maar in steeds rijkere, complexere contexten. Bij mondelinge taal maak je van leerlingen goede sprekers, luisteraars, gesprekspartners en deelnemers aan discussies. Dan voldoe je aan de kerndoelen. En bij schrijven zorg je dat ze goede schrijvers van verhalen, informatieteksten, communicatieteksten, instructieteksten, overtuigende teksten en gedichten worden. Dat kan op een heel eenvoudig niveau in groep 4 en op een veel complexer niveau in groep 8. Maar de hoofddoelen of competenties veranderen niet wezenlijk. Je hebt er ook geen lange lijst met subdoelen voor nodig, maar je moet er vooral veel ervaring mee krijgen. En daar heb je dan jarenlang rustig de tijd voor. Heerlijk.

Daardoor ontstaat ruimte. Je hoeft als leerkracht namelijk niet altijd te denken in jaarprogramma’s. Je moet er alleen voor zorgen dat je de context uitdagend en niet te eenvoudig maakt. Ik zie iedere dag leerkrachten die dat op een fantastische manier doen. Petje af.

Werk je met thema’s, dan kun je ook overwegen om bij de concentrische leerlijnen niet te werken met methoden, maar met eenvoudige leerwijzers. Hierin staan de jaaroverstijgende competenties en de richtpunten die je kunt gebruiken om ze aan te leren. Neem bijvoorbeeld eens een kijkje op leerwijzers.nl om een compleet beeld te krijgen van hoe het anders kan bij vakgebieden als lezen, mondelinge taal, schrijven, burgerschap en digitale geletterdheid.

Als je anders omgaat met concentrische leerlijnen dan met lineaire leerlijnen, ontstaan er veel mogelijkheden om te komen tot een curriculum dat niet meer overladen is. We hebben jarenlang klem gezeten, maar nu we toch vanuit nieuwe kerndoelen opnieuw naar leerlijnen gaan kijken, is het moment daar. Niet om van kerndoelen een nieuw keurslijf te maken, maar om als school eindelijk weer de regie terug te pakken. Ik kan niet wachten.

Jos Cöp

Onderwijskundige, specialist lees- en taalonderwijs en curriculumontwikkeling, schoolleider, spreker

joscop.nl | leertijd.nl