Schijndifferentiatie



Door Jos Cöp

Wat een heerlijk woord: differentiatie. Het ligt lekker in de mond, met een licht Engelse tongval, en het geeft al gauw een aangenaam ambitieus gevoel. Door er vervolgens nog bij te vermelden dat iedere leerling verschillend is en mag zijn wie hij is, groeit de achting verder. En als het daarna ook nog gaat over persoonlijke leerroutes, lijkt het hoogst haalbare op het gebied van het omgaan met verschillen onder handbereik. 

Uiteraard is het afstemmen op de leerbehoeften van leerlingen is een groot goed. Heel veel toegewijde onderwijsprofessionals lopen de longen uit hun lijf om het voor elkaar te krijgen. Voor deze inzet verdienen ze wat mij betreft stuk voor stuk twee lintjes. Eén vind ik zeker niet voldoende, want als zelfs de zangers Rooie Rinus en Pé Daalemmer er één krijgen op Koningsdag, dan verdient iedere onderwijsgevende er minstens twee. Maar ondanks dat blijft de vraag of deze lovenswaardige inspanning voldoende oplevert? Of dreigen we met het opvoeren van de differentiatie-inspanningen het doel voorbij te schieten?

Helaas gaat achter de wereld van het omgaan met verschillen ook een heel andere werkelijkheid schuil. Namelijk die van het denken in veel te veel hokjes en het veelal onbedoeld verlagen van verwachtingen. En, erger nog, de daarrmee samenhangende zichzelf waarmakende voorspelling. Denk en handel voortdurend alsof vreemde talen niet jouw ding zijn en je zult nooit een wereldreiziger worden. Met Frans Bauer als uitzondering die de regel bevestigt.

Nederland is wereldkampioen differentiëren, hoorde ik de verbeten hoogleraar, ooit één van mijn gewaardeerde studiegenoten, terecht roepen. Om vervolgens buitengewoon helder uit te leggen dat de basis van de Nederlandse manier van omgaan met verschillen geworteld is in het hokjesdenken. Waarbij er soms een enorm verschil in verwachtingen blijkt te zijn tussen de mensen die zich bevinden in hokje A, B, C, D of Enzovoort. 

Maar misschien nog wel erger dan de hokjes zelf is het gegeven dat de ze functioneren als bubbels. Zit je eenmaal in zo’n bubbeltje, zie er dan maar eens uit te komen. Want hoe ontmoet je niet-gelijkgestemden uit de andere hokjes? Met misschien wel dat hogere verwachtingspatroon waar jij je zo geweldig aan op zou kunnen trekken.

Vaak denken we dat de hokjes ontstaan na de doorstroomtoets aan het einde van de basisschool. We hakken de ooit zo hechte groep van klasgenootjes bruut in een stuk op vijf mootjes. En dwingen ze vervolgens op twaalfjarige leeftijd keuzes te maken die grote invloed hebben: op je schoolloopbaan, je vrienden en je zelfbeeld bijvoorbeeld. En dat ook nog op het moment dat de puberhormonen harder gieren dan de auto van Max Verstappen in de Tarzanbocht op Circuit Zandvoort. Mag het wat later? Bijvoorbeeld op een moment dat de laterbloeiers ook de tijd hebben gehad om hun talenten te ontwikkelen en te tonen.

Helaas is de werkelijkheid nog wat grilliger. Al ver voor het kiezen van die best ‘passende’ middelbare school is het onderwijs als een hokjeslandschap. Een landschap dat geïnspireerd lijkt door een ordening waarover de gemiddelde bijenhouder direct enthousiast zou kunnen worden. Neem als voorbeeld maar eens het leren lezen. Ruim voordat alle letters aangeboden zijn, behoor je al tot de zon-, maan- of stergroep. Of raak je verzeild in een één-, twee- of drie-sterren-aanpak. Met de verschillende benaderingen en verwachtingspatronen die erbij horen. Leuk voor uitgevers die nooit te beroerd zijn om er nog wat plus- en minboekjes bij te maken. Maar minder leuk voor het zoontje van de eerder genoemde wereldreiziger, want voor hem was groep 3 al het moment waarop hij, veel te vroeg, in het verkeerde hokje belandde. Met hem kwam het alsnog goed, want de bijzondere ik-laat-me-niks-wijsmaken-genen van zijn vader waren gelukkig ook doorgegeven. 

Maar de Nederlandse hokjesgeest, verpakt in vormen van schijndifferentiatie, laat bij te veel kinderen wel sporen na. Nog voordat ze alle letters en letterclusters herkennen en om kunnen zetten in prachtige klanken, wordt al ingeprent dat leren lezen heel moeilijk voor ze is. Met als direct gevolg dalende verwachtingen en minder geloof in eigen kunnen. Wellicht onbedoeld, maar daarmee zeker niet minder belemmerend. 

Gelukkig is er in nogal wat gevallen een even simpel als doeltreffend alternatief. Namelijk accepteren dat leren iets is dat je vooral samen doet: van en met elkaar. Daarbij help je sommige leerlingen enorm door de instructie te verlengen, zonder ze in een hokje te stoppen. Of ze samen te laten werken met klasgenootjes die het misschien net iets eerder snappen. Om vervolgens samen op basis van hoge verwachtingen mooie resultaten te boeken en ervan te genieten.

Deze column is onderdeel van de intervisie-activiteiten 'De toekomst van het differentiëren en omgaan met verschillen'. Meer info: www.leertijd.nl.

Jos Cöp is onderwijskundige, (interim) schoolleider en eigenaar van Leertijd.nl.