Cijfergek (column)

Het is om gek van te worden. Al die cijfers. En dan niet van die mooie poëtische zoals de zwoele 7 of een talentvolle 10. Nee, van die houterige als de 7,8 of de 7,9. Ondanks de positieve afrondingsmogelijkheden is het cum-laude-gevoel bij voorbaat al de nek om gedraaid is. Het enige cijfer dat niet mooi klinkt, maar toch een geweldige uitstraling heeft, blijft de zes min. Het voelt als de ultieme ontsnapping die nauwelijks nog voor mogelijk werd gehouden.

Natuurlijk kunnen cijfers een heel belangrijke functie hebben. Ze drukken uit of leerstof beheerst wordt. Is dat het geval, dan ligt luilekkerland open in de vorm van verrijkingsstof of liever nog, iets voor jezelf doen. Heerlijk. Altijd al gewild. In alle gevallen beter dan opnieuw aan het herhalingsinfuus, ooit door één of andere duffe Engelsman voorzien van de eufemistische term reteaching. Nog een keer de instructie, die de afgelopen weken al twee keer zonder resultaat verlengd was.

Maar echt serieus wordt het als het cijfer mijn niveau durft te vergelijken met een uit even betrouwbaar als oncontroleerbaar onderzoek afgeleide landelijke norm. Want dan wordt mijn prestatie vergeleken met een denkbeeldig gemiddelde dat alleen statistisch bestaat. Confronterender kan niet, want in één oogopslag ben ik of dommer dan het gemiddelde of misschien wel aanmerkelijk slimmer. In sporttermen heet dat erop of eronder.

Cijfers in het onderwijs roepen echter meer emoties op. Bij leerlingen en zeker ook bij leerkrachten. Met de voortschrijdende digitalisering is het niet meer zo dat er nog even wat getalletjes verzameld moeten worden omdat eind volgende week het rapport in de rode rugzak mee naar huis moet. Nee, aan de lopende band komt big data himself uit de database kruipen. Een verschijnsel waarop diezelfde duffe Engelsman het etiketje learning analytics meende te moeten plakken.

Laat het nu deze stortvloed van digitale diarree zijn waar onderwijsgevenden terecht helemaal gek van worden. Zoveel cijfers bij en door elkaar geven het effect van de klokkenwinkel: signalen genoeg, maar geen idee hoe laat het echt is. Maar daarnaast is het niet het zoeken naar het betrouwbare cijfer in een hooiberg, maar moet de gemiddelde leerkracht in twaalf verschillende bergen op zoek. Ieder zichzelf respecterend uitgeverijtje meent namelijk z’n eigen databaseje en dashboardje de onderwijswereld in te moeten slingeren. Met in totaliteit meer klokjes dan in de nieuwste Airbus 380, de smartwatch van de co-pilot meegerekend.

Kunnen we niet ophouden met deze inefficiënte onzin? En de technologie gaan gebruiken om het een beetje simpeler in plaats van veel ingewikkelder te maken. Onderwijsgevenden in Nederland lopen al een veel hoger burn out risico dan hun collega’s in andere sectoren. Als de technische mogelijkheden hun vak aangenamer kunnen maken, waarom doen we dat dan niet?

Laten we daarom gewoon met elkaar afspreken dat we al die amateuristische tweederangs systeempjes eruit gaan kieperen en vervangen door één centrale, gezamenlijke en onafhankelijke oplossing. Met net genoeg data om de juiste conclusie te kunnen trekken. En één metertje per vakgebied dat aangeeft hoe het gaat. De technologie is voorhanden en het verhaal van de datastromen is voor de kenners een peuleschil. Het enige dat ontbreekt, zijn redenen om niet te beginnen.



Berichten zoeken op onderwerp of datum:

Onderwerpen

Meer weergeven